Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Trauma en kindermishandeling bij kinderen en adolescenten

Hieronder vind je betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van trauma en kindermishandeling bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heb je suggesties? Deze kun je doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Sommige teksten in deze praktijkstandaard zijn niet meer up-to-date. Het Kenniscentrum is voornemens het dossier samen met experts te vernieuwen.

Op deze pagina

Beschrijving

Stichting Topklinische GGZ). Het wetenschappelijk onderzoek naar trauma en kindermishandeling staat nog in de kinderschoenen, maar de huidige mogelijkheden van geavanceerde neuroimaging en DNA onderzoek, naast grote multicenter onderzoeken bieden een hoopvol toekomstperspectief op verbeterde diagnostiek en behandeling. Het is de uitdaging aan wetenschappers en clinici om ook de klinische programma's die nu slechts theoretisch onderbouwd en veelbelovend zijn verder te ontwikkelen en te onderzoeken zodanig dat ze in de loop van de toekomst stijgen in hun mate van evidentie.

Daarbij is het van belang zich te realiseren dat de definitie van trauma en kindermishandeling, laat staan een professionele visie daar op, niet eenduidig zijn gedefinieerd (o.a. Baartman, 2009; Baeten & Willems (2009); zie box 1). Het vergt systematisch verzamelde en vroegtijdige informatie over de gezinssituatie en afweging van risico- en beschermende factoren volgens bijv. het model van NIZW (zie figuur 1), de ARIJ of CARE-NL om bijvoorbeeld te kunnen bepalen of er sprake is van kindermishandeling. En uiteindelijk is het niet de definitie die het zwaarst weegt. De zorgen om het kind zijn reden voor actie. Ook als er geen sprake is van kindermishandeling, maar bijvoorbeeld wel van gedesorganiseerde gehechtheid bij het kind of ernstige opvoedingsproblemen, verdienen het kind en zijn ouders steun en hulp (zie VN-Verdrag inzake de rechten van het kind). Inmiddels staan een aantal meldcodes tot onze beschikking om onze afwegingen zo zorgvuldig mogelijk te kunnen maken: GGZ meldcode kindermishandeling, CBO richtlijn Familiaal Huiselijk Geweld (2009), De KNMG meldcode kindermishandeling (2008) en specifiek voor de psychiatrie de Handreiking gebruik meldcode kindermishandeling in de psychiatrie van de NVvP (2011).

Wij kwamen als expertgroep tot de conclusie dat trauma en kindermishandeling in brede zin gedefinieerd het meest de nare werkelijkheid benadert. Daarbij komt in het groeiende hulpaanbod steeds meer naar voren dat zowel individuele als groepshulpverlening soelaas kan bieden en dat een multidisciplinaire, instellingen overstijgende aanpak, die vanuit de overheid bestuurlijk, logistiek en financieel ondersteund wordt en zowel slachtoffers, daders als overige betrokkenen includeert ("trauma /abuse focused"), de voorkeur verdient en de meeste kans van slagen heeft. Daarnaast zijn preventieve programma's, deels vanuit de overheid en deels vanuit particuliere initiatieven gestart (RAAKVoorzorg) onontbeerlijk om op termijn het vóorkomen van met name kindermishandeling te kunnen terugbrengen.

Zijn wij daartoe bereid?

Terug naar boven
Terug naar boven

Preventie

>> Lees verder bij NJi

VIPP-SD - Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting - Sensitive Discipline vermindert externaliserende gedragsproblemen bij kinderen door het versterken van ouderlijke sensitiviteit en het bevorderen van consistente maar sensitieve disciplinering. In het VIPP programma worden video-opnames gemaakt van ouder en kind tijdens dagelijkse situaties thuis. Een getrainde ondersteuner bestudeert de videobeelden aan de hand van een protocol om commentaar en adviezen voor te bereiden voor het volgende huisbezoek.  >> Lees verder bij NJi

Terug naar boven

Diagnose

diagnostisch traject ontwikkeld door de expertgroep Complex Trauma. Hierin wordt de meest wenselijke wijze beschreven waarop de instroom en diagnostiek, indicatiestelling en evaluatiediagnostiek (effectmeting) plaats moeten vinden bij kinderen en jongeren met complexe psychiatrische problematiek ten gevolge van Chronische Traumatisering.

Een stramien voor het interview met het kind dat slachtoffer is van gezinsgeweld is nog niet opgenomen. De expertgroep Trauma en Kindermishandeling rekent het tot haar taak om hiervoor een richtlijn te gaan opstellen.

In deze tekst van de expertgroep Trauma en Kindermishandeling worden verschillende aspecten besproken rond classificatie, screening en diagnostisch onderzoek. Begonnen wordt met een bespreking van de klini­sche manifestatie. Hierna volgt een bespreking van aanbevolen instrumenten voor scree­ning van traumaklachten. Vervolgens wordt de klinische diagnostiek besproken. Voor het tot stand komen van dit protocol is gebruik gemaakt van literatuurstudie, overleg met collega's binnen de Bascule, bin­nen Nederland (1) en in het buitenland (2).

[1] Medewerkers van de overige specialistische traumacentra in ons land voor kind en jeugd: Haarlem, Leiden en Utrecht
[2] Judith Cohen, Benjamin Saunders

Terug naar boven
Terug naar boven
  • TSCC) (Lamers-Winkelman, 1998) voor kinderen van 8-16 jaar brengt symptomen in beeld en meet tevens de beleving van de gebeurtenissen.
  • De TSCYC vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen (Tierolf & Lamers-Winkelman, 2014), de Nederlandse bewerking van de Trauma Symptom Check­list for Young Children (Brière, 2005), brengt symptomen van posttraumatische stress en gerelateerde emotionele en gedragsproblemen in kaart bij kinderen van 3-12 jaar. Er zijn representatieve normen beschikbaar voor de Nederlandse populatie, uitgesplitst naar leeftijd en geslacht.
  • UCLA (University of California at Los Angeles Post-traumatic Stress Disorder Reaction Index; Pynoos e.a., 1998) heeft een dimensio­nale schaal. De vragenlijst is niet genormeerd.
  • Child Sexual Behavior Inventory (CSBI) (Friedrich, 1997, vertaald door Schoentjes en Lamers-Winkelman, 1998) voor ouders van kinderen van 2-13 jaar brengt symptomen van afwijkend seksueel gedrag van het kind in kaart. Deze lijst kan bij de ouders afgenomen worden indien er sprake is van traumatisering ten gevolge van (vermoed) seksueel ge­weld.
  • Schokverwerkingslijst voor Kinderen - Herziene versie ofwel SVLK (Alisic, Eland & Kleber, 2006) voor kinderen kent twee varianten: voor kinderen van 8-18 jaar en een ou­derversie voor ouders van kinderen van 4-18 jaar. Met 34 items worden symptomen geïnventariseerd van herbeleving, vermijding, verhoogde prikkelbaarheid en niet-spe­cifieke reac­ties (zie Yule, Perrin & Smith, 1999). Validatie- en normeringsonderzoek voor de Nederlandse populatie loopt op dit moment (De Roos en Eland, 2005; Alisic e.a. 2006) en een cut-off score is nog niet be­kend.
Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling

>> Lees meer over EMDR

Handboek EMDR

Het EMDR Handboek verschaft de clinicus een helder en uitgebreid kader om zich te bekwamen in de toepassing van EMDR in de dagelijkse behandelpraktijk.

>> Lees meer over Handboek EMDR

Praktijkboek EMDR

Het EMDR Praktijkboek is voor de clinicus die zich wil bekwamen in de toepassing van EMDR in de dagelijkse behandelpraktijk.

>> Lees meer over Praktijkboek EMDR

Casusboek EMDR

In het EMDR Casusboek beschrijven 25 Nederlandse therapeuten voorbeelden uit hun praktijk waarbij zij EMDR succesvol gebruikten.

>> Lees meer over Casusboek EMDR

Horizon

‘Horizon’ herstelt de negatieve gevolgen van het misbruik voor het vertrouwen en het (sociale)functioneren van het kind. Daaronder valt het voorkomen van symptomen van posttraumatische stress of, indien al aanwezig, het opheffen of verminderen van deze symptomen.

>> Lees verder bij NJi

STEPS

‘Steps’ helpt niet reële gedachten over het seksueel geweld en het verminderen van herbelevingen, angst en het vermijdingsgedrag te corrigeren via psycho-educatie, praten en schrijven over de traumatische gebeurtenis, exposure in vivo, cognitieve herstructurering en terugvalpreventie.

>> Lees meer over STEPS

Veilig, Sterk en Verder (VSV)

De behandelmethode ‘Veilig, sterk en verder’ herstelt de veiligheid thuis aantoonbaar en laat de kinderen zich weer veilig te laten voelen bij hun ouders.

>> Lees meer over Veilig, Sterk en Verder

Don't hit my mommy

‘Don’t hit my mommy’ helpt kinderen en hun ouders om onder andere de wederkerigheid in hun relaties te herstellen en naar de normale ontwikkeling, adaptieve coping, en betrokkenheid bij dagelijkse activiteiten terug te keren.

>> Lees meer over 'Don't hit my mommy'

Terug naar boven

Medicatie

Terug naar boven

EMDR, in principe een behandelduur hebben van enkele maanden is niet bekend wanneer zij in elk geval effect moeten vertonen voordat gesproken kan worden van een non-respons. Klinische ervaring leert dat een goed resultaat soms pas na een lange duur wordt bereikt.

Totdat empirisch gefundeerde informatie beschikbaar is, kunnen we de volgende op klinische ervaring berustende vuistregels aanreiken op grond waarvan wordt besloten medicatie toe te voegen aan een psychologische behandeling:

Indien angst het een kind onmogelijk maakt een begin te maken met een psychologische behandeling (bijvoorbeeld doordat het kind niet naar de hulpverlener durft te gaan en een psychologische behandeling van de separatieangst onvoldoende resultaat boekt).

Indien na onvoldoende vooruitgang bij een eerste vorm van psychologische behandeling met een tweede methode is gestart en na een periode van circa vier tot zes weken ook hiermee nog geen enkele vooruitgang zichtbaar is, waardoor het kind en zijn ouders hun motivatie dreigen te verliezen.
Indien na onvoldoende vooruitgang bij een eerste vorm van psychologische behandeling met een tweede methode is gestart en na twee tot drie maanden nog slechts een matige vooruitgang is bereikt.
Indien comorbide stoornissen bestaan, die niet reageren op de psychologische behandeling van de PTSS en onvoldoende op de specifieke psychologische behandeling van die stoornissen.

De keus voor het best passende medicijn is in situatie 4 soms eenvoudig, indien voor die stoornis een aparte richtlijn bestaat, zoals bijvoorbeeld bij ADHD of depressie. Wanneer het gaat om PTSS zelf geven ervaren clinici (zie bijvoorbeeld Donnelly, March & Amaya-Jackson, 2006) het advies om bij (1) symptomen van herbelevingen, angst en depressieve symptomen als eerste een SSRI te kiezen; bij (2) verhoogde prikkelbaarheid, motorische rusteloosheid of inslaapproblemen een adrenerg middel als clonidine; bij (3) sterke emotionele labiliteit een anti-convulsief middel als carbamazepine; en bij (4) psychotische symptomen, ernstige agressie of zelfbeschadigend gedrag een atypisch neurolepticum als risperidon.

Hierbij moeten kanttekeningen worden gemaakt. Zoals hierboven duidelijk werd, laat het schaarse tot nu verrichte onderzoek nog maar weinig verband zien tussen PTSS symptomen en de werkzaamheid van verschillende soorten medicijnen. De clinicus, het kind en diens ouders, zijn helaas vaak genoodzaakt de weg van trial and error te volgen bij het vinden van het meest werkzame middel. Daarbij moet ook het bijwerkingenprofiel nadrukkelijk worden betrokken bij het maken van een keus.

Terug naar boven

adrenaline en dopamine zijn onder andere betrokken bij de activering van het sympathisch zenuwstelsel. Van adrenerge stoffen zoals de a-2 agonisten clonidine en guanfacine en de b antagonist propanolol kan daarom verwacht worden dat zij sympathische activiteit verlagen, en daarmee PTSS symptomen als verhoogde prikkelbaarheid en opwinding doen afnemen (Donnelly, 2003). Open onderzoeken geven hiervoor aanwijzingen (Famularo e.a., 1988; Harmon & Riggs, 1996; Horrigan, 1996; Perry, 1994). Bij één gevalsbeschrijving werd ook een afname van nachtmerries gezien (Horrigan, 1996). De a-2 agonist clonidine geeft als bijwerking sedatie en een verlaging van de bloeddruk (Harmon & Riggs, 1996), terwijl bij toediening via de huid in pleistervorm ('transdermaal') soms huiduitslag optreedt (Harmon & Riggs, 1996).

Serotonerge middelen

Serotonine is betrokken bij uiteenlopende functies, waaronder de regulering van stemming, angst, agressie en geassocieerd met het optreden van dwanggedachten en dwanghandelingen. Om die reden zouden serotonine heropname remmers (SSRI) een rol kunnen spelen bij de behandeling van PTSS-symptomen als agressie, obsessieve/intrusieve gedachten en suïcidaliteit (Donnelly, 2003). Bij volwassenen nemen SSRI een belangrijke plaats in bij de behandeling van PTSS. Bij kinderen is hun werking nog opvallend weinig onderzocht. Nefazadone bleek in een open onderzoek verbetering te geven van de verhoogde prikkelbaarheid, agressie en inslaapproblemen (Domon & Andersen, 2000), terwijl in een eveneens open onderzoek citalopram op alle PTSS symptoomclusters effect had (Seedat e.a., 2002). Beide middelen gaven bij sommige kinderen de van SSRI bekende gastrointestinale bijwerkingen (misselijkheid, overgeven) en daarnaast slaperigheid. Nefazodone wordt niet meer voorgeschreven in verband met het risico op ernstige leverintoxicatie (Schwetz, 2002). Sertraline werd onderzocht in een klein dubbelblind gerandomiseerd onderzoek in combinatie met een psychologische behandeling (trauma gerichte cognitieve gedragstherapie; TG-CGT), waarbij de andere conditie bestond uit TG-CGT met placebo (Cohen, Mannarino, Perel & Staron, 2007). Aan elke conditie werd deelgenomen door 12 meisjes (leeftijd 10-17 jaar) met posttraumatische symptomen na meegemaakt seksueel misbruik. De geboden combinatiebehandeling duurde twaalf weken. De jongeren in beide condities verbeterden aanzienlijk. De toevoeging van sertraline aan de TF-CGT had nauwelijks meerwaarde, waarbij de kanttekening moet worden gemaakt dat door de relatief kleine onderzoeksgroep eventuele subtiele verschillen niet zouden kunnen worden aangetoond (Cohen e.a., 2007). Bij de 12 meisjes die sertraline gebruikten, werden geen bijwerkingen vastgesteld.

Serotonerge/adrenerge middelen

Het tot op heden enige andere dubbelblind gerandomiseerde onderzoek naar de werking van psychofarmaca bij getraumatiseerde kinderen betrof het tricyclische antidepressieve middel (TCA) imipramine (Robert e.a., 1999). Overigens werd hierbij niet het effect op PTSS, maar op de Acute Stress-stoornis (ASS) onderzocht, en wel bij 25 kinderen, in leeftijd variërend van 2 tot 19 jaar, die een weeklang imipramine, of het klassieke slaapmiddel chloralhydraat ontvingen. Hierbij bleek imipramine effectiever voor de behandeling van PTSS-klachten dan chloralhydraat met responspercentages van respectievelijk 83% en 38%. De verbetering betrof vooral symptomen van herbeleving en van verhoogde prikkelbaarheid.

Anti-convulsieve middelen

Van deze middelen, die worden gebruikt bij de behandeling van epilepsie, wordt verwacht dat zij de veronderstelde prikkeling van het limbisch systeem ('kindling') door de blootstelling aan trauma kunnen tegengaan (Donnelly, 2003). Bij 28 seksueel misbruikte kinderen werd in open onderzoek het effect van carbamazepine getoetst. Bij 22 verbeterden alle PTSS-symptomen, maar bij zes bleven misbruikgerelateerde nachtmerries bestaan (Looff e.a., 1995). Een beperking van dit onderzoek is dat de helft van de kinderen in verband met co-morbide stoornissen (bijvoorbeeld ADHD en depressie) ook andere medicijnen gebruikte, zoals methylfenidaat, clonidine, SSRI of TCA.

Terug naar boven
Terug naar boven

Onderzoek naar trauma en kindermishandeling

Terug naar boven

Expertgroep trauma en kindermishandeling

Het hoofdstuk Medicatie is in 2010 tot stand gekomen ook met dank aan Frits Boer, kinder- en jeugdpsychiater, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, AMC.

Terug naar boven

Praktische tools

Trauma-bewustzijn en -aanpak

Hoe uit trauma zich op verschillende leeftijden, en wat zijn de gevolgen? Met concrete handvatten voor professionals. >> Bekijk de tool

Traumascreening

Beter trauma signaleren, afwegingen bij traumascreening, plus een overzicht van screeningsinstrumenten. >> Bekijk de tool

Kompas bij signaleren kindermishandeling

Signalen, risicofactoren en beschermende factoren van huiselijk geweld en kindermishandeling in kaart brengen. >> Naar het Kompas

Handreiking trauma en LVB

Gratis Download: Beknopt, state of the art overzicht van de diagnostiek en behandeling van trauma bij mensen met een LVB, door Academische Werkplaats Kajak. >> Bekijk de handreiking

Rapport over de Amsterdamse zedenzaak

Kwantitatief onderzoek naar de korte- en langetermijneffecten op kinderen en ouders, en kwalitatief onderzoek gericht op de ervaringen van ouders en professionals inclusief geleerde lessen.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten