Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Pediatrisch delier bij kinderen en adolescenten

Hieronder vind je betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van pediatrisch delier bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heb je suggesties? Deze kun je doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnose

Terug naar boven
Terug naar boven

Cornell-Assessment-of-Pediatric-Delirium-CAP-D). Toegevoegd zijn vragen over of het kind te weinig actief is met weinig beweging en interactie en of de reacties van het kind spaarzaam of vertraagd zijn. In recent onderzoek is de validiteit en de betrouwbaarheid van de CAP-D aangetoond (Traube e.a., 2014). Het is in de praktijk vaak lastig onttrekking ofwel ontwenning van sedativa en analgetica te onderscheiden van een onttrekkingsdelier, omdat er veel overlap is in symptomen. Onttrekking is immers een oorzaak van het delier. Voor het screenen op ontwenningsverschijnselen bestond reeds de Sophia Ontwenningsverschijnselen Schaal (SOS) (Ista e.a., 2009). Aan de bestaande SOS zijn criteria toegevoegd voor het meten van delier bij kinderen (Sophia-Ontwenningsverschijnselen-Schaal-SOS-PD). De PD-schaal heeft een goede betrouwbaarheid en validiteit om pediatrisch delier vroeg te signaleren bij ernstig zieke kinderen (specificiteit 0.97 en sensitiviteit 0.92; ista e.a., 2018).

De Confusion Assessment Method of the Intensive Care Unit (CAM-ICU) (Ely, 2001) is gevalideerd voor volwassenen met een delier in een intensive care setting. De preschool Confusion Assessment Method for the Intensive Care Unit (ps CAM-ICU) is de aangepaste versie van de p-CAM-ICU (daarvoor de CAM-ICU voor kinderen). Smith en collega’s (2016) hebben de validiteit en betrouwbaarheid ervan bewezen. De lijst kan worden afgenomen door verpleegkundigen of artsen bij kinderen vanaf een cognitieve ontwikkelingsleeftijd van 6 maanden en bevat een aantal neuropsychologische testopdrachten. Eerder werd de p-CAM-ICU gebruikt die alleen te gebruiken is vanaf 5 jaar, hoewel het grootste deel van de kinderen op de IC jonger dan 3 jaar is. Daarnaast is een probleem bij veel instrumenten is dat ze niet of niet altijd volledig zijn af te nemen bij kinderen omdat veel items de cognitieve functies betreffen. De communicatie met kinderen op een PICU (Pediatrisch Intensive Care Unit) is vaak heel lastig - zo niet onmogelijk - o.a. door beademing. Situaties waarbij afname niet goed mogelijk is vanwege het ontwikkelingsniveau kunnen onder andere komen andere door ernstige ziekte, sedatie, mechanische ventilatie, te jonge leeftijd of mentale retardatie.

pediatrische-delier

Bron: Multidisciplinaire richtlijn pediatrisch delier, NVvP, 2014.

Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling

Terug naar boven

Medicatie

clonidine en de niet-medicamenteuze interventies richtten zich op vroege mobilisatie en verhoogde perfusie. Bij deze groep volwassenen is gebleken dat de interventiegroep gemiddeld een halve dag korter last had van het delier dan de placebogroep. Er werd echter geen associatie gevonden tussen de duur van het delier en de mortaliteit op korte termijn. Op te merken valt dat de verschillende studies nogal heterogene groepen omvatten (met delier, zonder delier, ook subsyndromale delieren), waardoor de studies niet goed met elkaar te vergelijken zijn (Al-Qadheeb e.a., 2014).

Voor doseringsadviezen worden de richtlijnen van het Kinderformularium gehanteerd.

Tabel10.2

Tabel10.3

Bron: Multidisciplinaire Richtlijn pediatrisch delier (NVvP, 2014)

Eerste 24 uur

In de eerste 24 uur dat een delirium bij het kind is geconstateerd, is het leidende principe: Start low, go slow. Er moet namelijk onderscheid gemaakt worden tussen de ‘oplaaddosis’ en de ‘onderhoudsdosis’. Bij de oplaaddosis moet de eerste therapeutische respons worden geëvalueerd en hoe lang deze aanhoudt. Ook moet er niet direct na een eenmalige oplaaddosis overgegaan worden op de onderhoudsdosis, deze is vaak te hoog, wat extrapiramidale bijwerkingen (EPS) kan veroorzaken (Slooff e.a., 2014).

Indien een intraveneuze toediening de voorkeur heeft, zoals meestal het geval is op een pediatrische intensive care, is haloperidol de eerste en enige keus. Voor intraveneus haloperidol wordt vaak ook gekozen bij ernstige symptomen (agitatie, ernstig psychotische klachten). Hoe lang antipsychotica moeten worden gecontinueerd bij delier is niet beschreven in de literatuur. Over het algemeen wordt aangehouden dat iemand 48 uur deliervrij moet zijn alvorens geleidelijk af te bouwen.

De richtlijn van de NVvP (2014) adviseert het verloop van het pediatrisch delier en het effect van behandeling met hetzelfde screeningsinstrument te vervolgen, waarmee de beginmeting is gedaan (bijvoorbeeld CAP-D). Benzodiazepines worden veel gebruikt op de Intensive Care en kunnen het risico op delier verergeren. Na het staken van (kortwerkende) benzodiazepines kan een onttrekkingsdelier optreden, vaak door een te snelle afbouw van benzodiazepines. Het is van belang benzodiazepines via een afbouwschema rustig af te bouwen, vaak met een langerwerkend benzodiazepine als lorazepam.

Bijwerkingen

De ervaring heeft geleerd dat kinderen meestal goed reageren op lage doseringen haloperidol of risperidon zonder bijwerkingen te ontwikkelen. Toch ontwikkelde op de PICU in Rotterdam 9,6% van de kinderen motorische bijwerkingen en moet men beducht zijn op een acute dystonie. Omdat de ervaring en herkenning van dit beeld op veel kinder ic’s nog gering is, kan eventueel overwogen worden om tegelijk met de antipsychotica een anticholinergicum zo nodig voor te schrijven, dit dient echter niet standaard te gebeuren. Mochten toch bijwerkingen optreden, meestal in de vorm van een acute dystonie (bijvoorbeeld een torticollis, trismus of oculogyre crisis), dan zijn deze namelijk per direct heel goed te behandelen met het anticholinergicum biperideen (Akineton®) langzaam intraveneus in ongeveer 10 minuten inlopend in een dosering van 0,05 mg/kg per keer, zo nodig herhalen om de 15 minuten, op geleide van het klinisch beeld.

Electrocardiogram

Het wordt geadviseerd een elektrocardiogram (ECG) bij aanvang en bij dosisaanpassingen te laten maken bij kinderen met risicofactoren voor de potentieel ernstige bijwerking van verlenging van het QTc-interval. Hierbij kan het gaan om kinderen met bijvoorbeeld lange-QT-syndroom (een erfelijke hartritmestoornis), ernstige electrolytstoornissen of bij comedicatie die de QTc-tijd verlengen of middelen die het metabolisme van CYP2D6 of CYP3A4 vertragen (Van Aerde e.a., 2008).

Terug naar boven
Terug naar boven

Expertgroep

De praktijkstandaard Pediatrisch Delier is in 2015 herzien door:

  • Babette van Beusekom, kinder- en jeugdpsychiater, Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis

Met medewerking van:

  • Josine van den Meijdenberg, kinder- en jeugdpsychiater, Karakter
  • Jan Schieveld, kinder- en jeugdpsychiater, MUMC
  • Annelou de Vries, ziekenhuispsychiater kinderen en adolescenten, VU Medisch Centrum

De eerste versie* van de praktijkstandaard is tot stand gekomen met dank aan de expertgroep bestaande uit:

  • Luuk Kalverdijk, kinder- en jeugdpsychiater, Accare & UMCG
  • Jan Schieveld, kinder- en jeugdpsychiater, MUMC
  • Arjan Theil, kinder- en jeugdpsychiater, Curium-LUMC
  • Judith van der Valk, MUMC
  • Annelou de Vries, kinder- en jeugdpsychiater, VU Medisch Centrum

Mede namens de leden van de werkgroep Consultatieve & Liaison kinder- en jeugdpsychiatrie:

  • Babette van Beusekom, kinder- en jeugdpsychiater, Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis
  • Anne Pauline Cohen, kinder- en jeugdpsychiater, de Jutters; lid raad van bestuur, de Jutters
  • Babette de Graeff, kinder- en jeugdpsychiater, UMCU
  • Jaap Hage, Ziekenhuis West-Friesland
  • Mijnke Janssen, kinder- en jeugdpsychiater, clustermanager behandelzaken, Karakter
  • Lideweij Knook, kinder- en jeugdpscychiater, UMCU
  • Monique van Lier, kinder- en jeugdpsychiater/psychotherapeut, Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis
  • Eveline Verbist, Triversum
  • Jeanne van Weel, kinder- en jeugdpsychiater, de Jutters

*De eerste versie was gebaseerd op het Consensus Document Pediatrisch Delier.

Terug naar boven

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten