Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Wat zijn de bijwerkingen van methylfenidaat?

Medicijnen hebben ook ongewenste effecten; dat noemen we bijwerkingen. In de bijsluiter staan een heleboel bijwerkingen. Het heeft geen zin om je bezig te houden met alle bijwerkingen die in de bijsluiter staan. Sommige bijwerkingen die in de bijsluiter staan, zijn niet belangrijk of komen heel zelden voor.

Let op: als je ergens last van krijgt of als je je niet lekker voelt, op welke manier dan ook. Vertel dit dan aan je behandelaar. Dat zou een bijwerking kunnen zijn die hier niet wordt vermeld. Je behandelaar zoekt uit of het een bijwerking is of iets anders.

Hieronder staan de bijwerkingen die vaak voorkomen of die gevaarlijk kunnen zijn. Dat betekent niet dat jij die bijwerkingen ook altijd krijgt.

Slecht slapen

Kinderen en jongeren met ADHD hebben vaak moeite met slapen. Je bent te hyper om in slaap te komen, of je vindt ’s avonds laat de leukste tijd. Maar, slecht inslapen kan ook een bijwerking zijn van methylfenidaat.

>> Lees meer over hoe je methylfenidaat het best kunt innemen

Verminderde eetlust

  • Je hebt geen eetlust meer.

Je kunt het volgende proberen:

  • Neem methylfenidaat pas na de maaltijd in, dat helpt soms.
  • Let op dat je dan niet gaat snoepen in plaats van gezond eten.

Buikpijn, diarree, misselijkheid

Als je begint met methylfenidaat kun je last krijgen van je maag of darmen: buikpijn, diarree, misselijkheid.

Het gaat meestal over na een paar dagen.

Als het erg is, moet je het aan je behandelaar vertellen.

Hoofdpijn

Meestal gaat hoofdpijn over na een paar dagen of weken.

Als je erge hoofdpijn krijgt of de hoofdpijn niet overgaat, moet je het aan je behandelaar vertellen.

Chagrijnig

Soms word je chagrijnig, gespannen of geïrriteerd als je methylfenidaat gebruikt.

Dat hoort niet. Overleg met je behandelaar.

Hartkloppingen

Het kan weleens gebeuren dat je hart tekeergaat, heel snel klopt.

Dat is meestal niet gevaarlijk, maar je moet het wel zo snel mogelijk aan je behandelaar vertellen. Een enkele keer kan het namelijk wel gevaarlijk zijn: als je al iets aan je hart hebt. Het kan zijn dat dat nog niet ontdekt is.

Je behandelaar zal je bloeddruk en polsfrequentie opnieuw meten.

Vaak neemt je polsfrequentie door methylfenidaat toe met vijf of tien slagen per minuut. Dat is niet erg, het is al bijzonder als je dat merkt.

Verward, nerveus

  • Je voelt je nerveus, zenuwachtig
  • Je bent verward, het voelt vreemd in je hoofd.

Heb je hier last van? Overleg met je behandelaar.

Je groeit langzamer

Groeien gaat met horten en stoten. Dus wat tragere groei kan toeval zijn. Uitzonderlijk kan het zijn dat door methylfenidaat gebruik je groei achterblijft.

Dat kan zijn doordat je door de medicatie minder bent gaan eten.

Probeer te zorgen dat je weer meer zin in eten hebt; zie bijwerking ‘Verminderde eetlust’.

Als je een paar kilo afvalt of een paar centimeter in groei achterblijft, hoeft dat voor je gezondheid niet erg te zijn.

Je haalt de groei meestal later weer in.

Je behandelaar controleert je lengte en gewicht; lees ook Is er lichamelijk onderzoek nodig voor ik met methylfenidaat begin?

Je behandelaar controleert je lengte en gewicht. Als je behandelaar ziet dat je groei te veel achterblijft, zal hij dat bespreken en met jou samen kijken naar oplossingen.

Als methylfenidaat is uitgewerkt, voel je je slechter

Een paar uur na je laatste dosis kun je je nog slechter concentreren, ben je nog meer hyper dan zonder methylfenidaat.

Dat heet ‘rebound’, vertaald: terugslag.

Je behandelaar kan een lage dosis methylfenidaat voorschrijven op het moment dat je last van rebound hebt, of een langwerkende vorm voorschrijven.

  • Bij langwerkende vormen heb je meestal minder last van rebounds.
  • Maar, sommige verzekeraars vergoeden die langwerkende vormen niet helemaal.

Overleg altijd met je behandelaar als je last hebt van rebound.

Droge mond

  • Hierdoor kan je gaatjes in je tanden krijgen. Zorg daarom dat je goed je tanden poetst.
  • Je hebt meer dorst.
  • Je hebt een droge neus en keel.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten