Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Begrippenlijst

Hieronder ziet u definities van veelgebruikte begrippen bij gendervariantie en genderdysforie.

Sekse / Geboortegeslacht – Vastgesteld geslacht bij de geboorte, meestal gebaseerd op fysieke eigenschappen (genitalia etc.)

Genderidentiteit / Ervaren gender – Iemands persoonlijke beleving van gender

Genderincongruentie – Iemands genderidentiteit komt niet (helemaal) overeen met het vastgestelde geslacht bij de geboorte.

Genderrol – Een eigenschap of sociale rol die door een bepaalde cultuur als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ wordt benoemd

Genderexpressie – De uiterlijke presentatie van genderidentiteit – bijvoorbeeld kleding, kapsel en hobby’s

Genderdysforie – Het diepe gevoel van onbehagen dat iemand ervaart als de ervaren genderidentiteit niet overeenkomt met het vastgestelde geslacht bij de geboorte. Daarnaast de classificatieterm die wordt gebruikt in de DSM-5. Niet alle personen met een incongruente genderidentiteit zullen dysforie ervaren.

Cisgender – Personen bij wie het ervaren gender congruent is met het vastgestelde geslacht bij de geboorte

Transgender – De genderidentiteit is incongruent met het vastgestelde geslacht bij de geboorte. Deze term wordt vaak gebruikt als een verzamelnaam voor personen met elke genderidentiteit anders dan cisgender.

Transseksueel – Een vroeger veelgebruikte term voor personen die een medische behandeling wilden om hun fysieke eigenschappen in overeenkomst te brengen met hun genderidentiteit. Tegenwoordig een term die niet meer geprefereerd wordt.

Transvrouw – Een transgenderpersoon die zich identificeert met een vrouwelijke genderidentiteit met meestal een mannelijk geboortegeslacht.

Transman – Een transgenderpersoon die zich identificeert met een mannelijke genderidentiteit met meestal een vrouwelijk geboortegeslacht.

Gendervariantie / Gendernonconformiteit / Genderdiversiteit – Variatie van ontwikkelingsnormen in genderrolgedrag die kan worden beschouwd als niet stereotiep behorend tot het geslacht die bij de geboorte is vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld omvatten dat iemand zich als beide genders identificeert maar ook dat iemand zich identificeert op het binaire genderspectrum (man of vrouw).

Non-binaire genderidentiteit – Een persoon die zich niet thuis voelt in de binaire categorieën man of vrouw, maar zich beter voelt bij een non-binaire genderidentiteit. Hieronder valt ook wel genderqueer, genderfluïde en a-gender (zie hieronder).

Genderqueer – Genderidentiteiten die niet worden ervaren als exclusief mannelijk of vrouwelijk.

Genderfluïde – Het wisselen tussen genderidentiteiten.

A-gender – Iemand die zich als man noch als vrouw identificeert.

Genderbevestigende behandeling – Verwijst naar behandelingen gericht op het ondersteunen van iemands genderidentiteit. Dit kan betrekking hebben op psychologische ondersteuning, medische behandeling en juridische aspecten van zorg.

Exploratie van de genderidentiteit – Proces waarbij verschillende vormen van genderidentiteit worden geëxploreerd om te kijken waar iemand zich het meest thuis bij voelt.

Travestie / Crossdressing – Het gekleed gaan als iemand van de andere sekse. Dit komt zowel voor bij personen met een vrouwelijke als mannelijk geboortegeslacht.