Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Jongeren met LVB

Belangrijk voor de ondersteuning van iemand met een LVB is een ketenbenadering, vaak een levenslange begeleiding en multi systeem benadering van gespecialiseerde zorg.

Voor een betere kwaliteit van zorg worden evidence-based interventies ingezet teneinde de problemen proberen op te lossen. Bij jeugdigen met een LVB is aangetoond dat zij een 3 tot 4 keer grotere kans hebben op emotionele problemen, gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen (Dekker & Koot, 2003). Naar de effectiviteit van behandelmethoden voor mensen met een LVB met psychiatrische en/of gedragsproblematiek is nog betrekkelijk weinig onderzoek gedaan.

Door het ontbreken van wetenschappelijk bewijsmateriaal over de effectiviteit van interventies bij mensen met een LVB, zijn er op dit moment nog weinig erkende evidence-based practices in de zorg voor deze doelgroep. Er zijn onderzoeken, zoals casusstudies, evaluatiestudies en meta-analyses, uitgevoerd die laten zien dat met bepaalde interventies en behandelmethoden positieve resultaten worden behaald bij mensen met een LVB. Het merendeel van de studies richt zich op behandelingen die hun basis hebben in de cognitieve gedragstherapie (Neijmeijer,e.a., 2010). Er moet gezegd worden dat wanneer een interventie niet aangetoond effectief is, dat nog niet wil zeggen dat de kwaliteit van de interventie geen waarde heeft. Wanneer zoals aangegeven in het rapport “Richtlijn effectieve interventies LVB” aanpassingen worden gedaan aan de bestaande interventies die aansluiten bij de kenmerken van een jeugdige met een LVB, is de kans groter dat de effectiviteit wordt verhoogd.</p>

Dat er nog veel werk te doen is voor de doelgroep staat vast. Er loopt op dit moment een scala aan projecten waar diverse interventies worden aangepast aan de problematiek bij deze jeugdigen.

Veel van de behandelmogelijkheden met een goede theoretische basis zijn varianten van de gedragstherapie of de cognitieve gedragstherapie.

Bij de gedragstherapie gaat men ervan uit dat probleemgedrag tot stand komt door twee vormen van leren:

  • Het klassieke leren, waarbij gedrag tot stand komt door gebeurtenissen die eraan vooraf zijn gegaan. Het betreft een soort van conditioneren.
  • Het operante leren, waarbij het gedrag wordt beheerst door de gevolgen of de consequenties van het gedrag.

Kort gezegd gaat het bij dit soort therapieën over het versterken van externe controle van het probleemgedrag.

Cognitieve gedragstherapie is gebaseerd op de relatie tussen gedachten/opvattingen, gevoelens en gedrag: inadequate gedachten/opvattingen leiden tot inadequate gevoelens en inadequaat gedrag. Omgekeerd is de kans groot dat adequate gedachten tot meer adequaat gedrag leiden. Het gaat bij dit soort therapieën om het aankweken van interne controle van het gedrag en om het leren van zelfsturing. Cognitieve gedragstherapie veronderstelt bij de mensen die het aangaat de mogelijkheid tot reflectie over eigen gedachten, gevoelens en gedragingen. Per therapie moet worden bepaald of deze geschikt is voor jeugdigen met een LVB.

Een aantal van de bestaande therapieën voor doorsnee jongeren wordt, al dan niet met een lichte aanpassing geschikt geacht voor jeugdigen met een IQ van minimaal 70. In feite is de behandeling dan geschikt voor zwak begaafde jeugdigen. Daarnaast is er een aantal behandelingen dat geschikt is voor jeugdigen met een IQ van minimaal 55. Het betreft hier behandelingen voor jeugdigen met een LVB.

Bij welke therapie dan ook is het van het grootste belang om de directe omgeving – de ouders en andere familieleden – erbij te betrekken (Jahoda en Embregts, 2009). In de thuissituatie zal immers moeten worden voortgeborduurd op hetgeen in de therapie of in de training aan de orde is geweest of is aangeleerd. Wanneer (één van) de ouders een verstandelijke beperking heeft (hebben), kan het moeilijk zijn hen op een adequate manier bij de behandeling van het kind in te schakelen. Men moet er rekening mee houden dat, indien de verstandelijke beperking van (één van de) ouders leidt tot problemen in het functioneren van het gezin, dit de effectiviteit van de behandeling van het kind negatief kan beïnvloeden (De Koning en Collin, 2007).

Terug naar boven

Sociale vaardigheidstrainingen worden binnen de GGZ en de VG-sector breed toegepast. Sociale vaardigheidstrainingen hebben als doel om mensen met een LVB beter te kunnen laten functioneren in de samenleving en beter om te gaan met anderen. Sociale vaardigheidstrainingen worden meestal in groepsverband gegeven. Onderwerpen die vaak terugkomen zijn: educatie, rollenspellen, modeling, videofeedback en sociale bekrachtiging.

Sociale vaardigheden van mensen met een LVB verbeteren daadwerkelijk en ze zijn sociaal competenter. Ook in de praktijk worden sociale vaardigheidstrainingen, in het bijzonder de Goldsteintraining, vaak toegepast bij mensen met een LVB. Sociale vaardigheidstrainingen zijn met name geïndiceerd om te voorkomen dat hun beperkingen op sociaal gebied leiden tot isolatie en afwijzing (Matson, e.a., 2000). Voor mensen met een LVB is het belangrijk dat in de training zowel aandacht is voor verbale als non-verbale vaardigheden. Daarnaast moet begeleiding worden geboden bij het toepassen van de geleerde vaardigheden naar alledaagse situaties (Didden, 2006).

Het doel van assertiviteitstrainingen is om mensen te leren om op een constructieve manier te reageren in stressvolle sociale situaties. Assertiviteitstrainingen kunnen deel uitmaken van sociale vaardigheidstrainingen en maken gebruik van dezelfde methoden.

Assertiviteitstrainingen worden vaak toegepast bij de LVB-doelgroep. Hier leert de patiënt voor zichzelf opkomen op een sociaal aanvaardbare manier, zonder daarbij anderen te schaden (Didden, 2006) en een agressieve manier van reageren om te zetten in een assertieve manier van reageren. Omdat voor mensen emt een LVB het onderscheid tussen assertief en niet-assertief gedrag vaak moeilijk is, kan een assertiviteitstraining hierbij helpen (Didden, 2006). Uit onderzoek blijkt dat een assertiviteitstraining leidt tot een verbetering van assertieve vaardigheden van mensen met een LVB en een vermindering van sociaal onaangepast gedrag (Didden, 2006; Neijmeijer, e.a., 2010).

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat sociale vaardigheidstrainingen effectief zijn voor mensen met een LVB (Didden, 2006; Matson en Senatore, 1981; O'Reilly, e.a., 2000; Matson, e.a., 2000).

Terug naar boven

'Op eigen benen' is ontwikkeld voor mensen met een LVB, maar is toepasbaar voor iedereen met wie communicatie mogelijk is en die zich wil voorbereiden op een zelfstandiger bestaan, bijvoorbeeld ouderen, mensen met psychische problemen, kinderen en mensen met lichamelijke beperkingen.

Doel van de methode

Op eigen benen is het versterken van de eigenwaarde en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen, zodat ze hun leven op hun eigen manier vorm kunnen geven en het beste uit zichzelf kunnen halen (eigenheid). Meer concreet gaat het om het realiseren van de wens om meer sturing te geven aan het eigen leven, vooral op de terreinen wonen en werken.

Terug naar boven

De medicatie die regelmatig wordt voorgeschreven aan jongeren met LVB worden per middel besproken. Zie verder.

Project Wat slik ik? "

Wat slik ik? is een project waarin onderzocht wordt hoe mensen met een LVB geneesmiddelen gebruiken.

Ook wordt er gekeken hoe geneesmiddelengebruik verbeterd kan worden door les te geven aan behandelaars en cliënten over het gebruik van geneesmiddelen. Cliënten hebben zelf vaak geen idee wat ze slikken en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.

In het project Wat slik ik? wordt gemeten hoeveel geneesmiddelen worden gebruikt en welke effecten en bijwerkingen deze middelen hebben. Daarnaast wordt de kennis en daardoor de zelfredzaamheid van cliënten vergroot bijvoorbeeld door samen met behulp van onderwijsdeskundigen en cliënten een lespakket te ontwikkelen over het gebruik van geneesmiddelen. Het effect van dit lespakket wordt gemeten door te kijken of de cliënten meer weten over hun geneesmiddelen gebruik na het volgen van deze lessen.

Dit onderzoeksproject is momenteel in uitvoering en wordt uitgevoerd door Drs.Scheifes.

Terug naar boven

</p>

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Jouw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

    Sluiten