Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Risicotaxatie en delictanalyse

De risicotaxatie en delictanalyse zijn specifiek voor de (strafrechtelijke) forensische kinder- en jeugdpsychiatrie tijdens de diagnostische fase. Beide zeggen iets over de recidive kans, en het risico op recidieven is een aangrijpingspunt voor de behandeling.

Crimineel gedrag kan bekeken worden vanuit het ‘Levensloopmodel’. Dit model gaat ervan uit dat alles wat een jongere in de huidige leefomgeving meemaakt, doorwerkt in de volgende leefomgeving/ levensfase. Negatief geformuleerd betekent dit dat hoe eerder er iets misgaat, hoe zorgelijker dit is voor de verdere ontwikkeling. Risicofactoren worden vaak ingedeeld naar verschillende niveaus: risicofactoren op kindniveau, op gezinsniveau en omgevingsniveau (school en leeftijdsgenoten, maatschappelijke factoren). Daarnaast kan men risicofactoren en beschermende factoren onderscheiden. Beschermende factoren zijn factoren die een positieve ontwikkeling/ herstel bevorderen. Beschermende factoren zijn het meest voorspellend of iemand wel of niet zal recidiveren (Lodewijks, 2003).

Bij de risicotaxatie gaat het om de volgende vragen: welke factoren die het recidive risico kunnen beïnvloeden komen voort uit de geconstateerde stoornis bij onderzochte? Welke andere factoren en condities zijn hierbij ook van belang en hoe zit het met de onderlinge beïnvloeding van de verschillende factoren op elkaar? Risicotaxatie gebeurt door middel van meetinstrumenten (deze zullen later in dit stuk besproken worden) in combinatie met het klinisch oordeel van de onderzoeker.

NB: Het is belangrijk om een compleet kind- en jeugd onderzoek te doen, en niet alleen de genoemde instrumenten voor risicotaxatie te gebruiken.

Een onderdeel van de rapportage is onderzoek naar het tenlastegelegde middels een delictanalyse. Indien sprake is van een psychische stoornis moet er gekeken worden of er een verband bestaat tussen de stoornis en het delict. Onderzoek naar het tenlastegelegde gaat tijdens het diagnostisch proces vooral om de vragen: hoe voelde de jongere zich tijdens de aanloop naar het tenlastegelegde en hoe na afloop? Was er sprake van alcohol- en/of middelenmisbruik ten tijde van het gepleegde delict?

Tijdens de behandeling kan een delictanalyse als basis dienen voor een delictscenario, op basis waarvan dan een terugval preventieplan gemaakt kan worden. Middelenmisbruik komt veel voor bij jongeren in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie, dus middelenmisbruik moet zeer nauwkeurig en volledig worden uitgevraagd.

Het kan zijn dat een jongere het delict (gedeeltelijk) ontkent. Hierdoor wordt het moeilijk om een uitspraak te doen over de relatie tussen het delict en de psychische stoornis en dus ook over de recidiefkans. Het kan ook zo zijn dat je informatie krijgt van de jongere over een delict dat nog niet bekend is bij justitie.

Deze informatie is te gebruiken bij de behandeling, maar het is telkens een individuele afweging of dit ook gemeld moet worden bij justitie, waarbij de ernst van het delict bepalend is. In de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie gaat het niet om waarheidsbevinding, dat doet justitie. Het kan soms helpen dit duidelijk te communiceren naar de jongere.