Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Etniciteit

Niet-westerse jongeren hebben een grotere kans om doorverwezen te worden naar een gesloten ggz of justitiële instelling dan naar een ambulante ggz (Knorth, 1998), komen vaker in contact met politie en zijn oververtegenwoordigd in justitiële jeugdinstellingen (Vollenbergh, 2003). In het rapport van de Gezondheidsraad (2012) wordt vermeld dat zowel Antilliaanse jongeren als Marokkaanse jongeren dubbel zo vaak vertegenwoordigd zijn in de forensische psychiatrische zorg dan je op basis van hun aantal zou verwachten. Turkse en Surinaamse jongeren zijn naar verwachting even vaak vertegenwoordigd in de forensische psychiatrische zorg. En autochtone jongeren zijn minder vaak vertegenwoordigd dan je op basis van hun aantal zou verwachten.

Paalman (2013) heeft gedragsproblemen onderzocht bij Nederlands-Marokkaanse jongeren. Bij gedragsproblemen komen vaak ook psychische problemen zoals angst en ADHD om de hoek kijken. Hoewel Nederlands-Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd zijn in de jeugdcriminaliteit, is deze doelgroep ondervertegenwoordigd in de jeugd-ggz. Volgens Paalman (2013) is het niet gemakkelijk om psychische problemen bij deze doelgroep vast te stellen. Ten eerste zijn instrumenten niet gevalideerd voor migrantengroepen en dienen anders te worden geïnterpreteerd. Daarnaast herkennen Marokkaanse ouders psychische problemen later bij hun kinderen en zoeken zij later hulp.

Wat betreft het bezoek aan de huisarts komen kinderen van Marokkaanse en Surinaamse afkomst even vaak, en Turkse meisjes en Antilliaanse kinderen vaker met psychische problemen dan autochtone kinderen. Kinderen van Marokkaanse, Turkse, en Antilliaanse afkomst komen minder vaak dan hun autochtone leeftijdgenoten bij de jeugd-ggz. Surinaamse kinderen komen even vaak als hun autochtone leeftijdgenoten bij de jeugd-ggz (Rapport Gezondheidsraad, 2012).

In de zorg, niet alleen in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie, kan het nuttig zijn specifieke kennis in te zetten over de culturele achtergrond van een jongere om zo een vertrouwensrelatie met de jongere en zijn/ haar familie op te bouwen. Ook de klachtenpresentatie kan beïnvloed worden door de culturele achtergrond van een jongere.