Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Prevalentie

Persoonlijkheidsstoornissen komen voor bij ongeveer 10% van de algemene volwassen populatie (Grant et al., 2004; Samuels et al., 2002; Shiner & Tackett, 2014). Bij volwassenen wordt de prevalentie van de borderline-persoonlijkheidsstoornis in de algemene populatie geschat op 1 tot 3%. (Leichsenring, Leibing, Kruse, New, & Leweke, 2011; Lenzenweger, 2008). De beperkte data die we over adolescenten hebben, laten zien dat persoonlijkheidsstoornissen op zijn minst zo vaak voorkomen als bij volwassenen (Shiner & Tackett, 2014; Tromp, 2010). Bij adolescenten en jongvolwassenen in de algemene populatie wordt een prevalentie van BPS van 3% gevonden, waarmee Chanen en McCutcheon (2013) benoemen dat BPS gezien kan worden als een stoornis van jonge mensen, aangezien er een toename van prevalentie met de start van de puberteit te zien is en een duidelijke afname met elk decennium na de jongvolwassenheid. Bij adolescenten en jongvolwassenen die een poliklinische behandeling ondergaan, wordt de prevalentie van BPS op ongeveer 22% geschat. In een Nederlandse studie (Feenstra et al., 2011) werd bij een gespecialiseerde setting voor adolescenten een prevalentie van 40,5% gevonden.

De laatste jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden van het beschouwen van BPS als categoriaal construct (waarin wordt gekeken naar aan-of afwezigheid van een diagnose) naar meer een dimensioneel construct (waarin wordt gekeken naar een dimensie van ernst). Tegen de achtergrond van deze verschuiving, is het van belang niet alleen te kijken naar de prevalentiecijfers van de diagnose, maar ook naar de prevalentiecijfers van de kenmerken van BPS. Prevalentiecijfers bij volwassenen in de algemene populatie laten zien dat hoewel slechts 1.1% voldeed aan de categoriale diagnose BPS, 3.8% voldeed aan 3 of 4 kenmerken van de diagnose en maar liefst 25.2% aan 1 of 2 kenmerken (Ten Have e.a., 2016). Gezien de hoge comorbiditeit met andere psychische stoornissen en verminderd psychosociaal functioneren, is het van belang ook bij adolescenten te kijken naar niet alleen de volledige diagnose, maar zeker ook naar de kenmerken (subklinische diagnose).

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten