Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters
Exact matches only

Contact met ouders

Ouders zijn de belangrijkste overlegpartners van de leerkracht. Ze zijn gewoonlijk erg gemotiveerd om alles te doen voor de gezondheid van hun kind en ze zijn vaak goed geïnformeerd als hun kind een stoornis heeft. Ouders van kinderen met psychische problemen zijn georganiseerd in ouder- of patiëntenorganisaties en weten de weg naar de het gedeelte van deze website voor ouders van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, die ook voor leerkrachten veel relevante kennis biedt. Voor een leerkracht is het nuttig om ouders te vragen naar de bronnen van hun informatie en daarin mee te lezen om goede gesprekspartners te worden.

In de meeste gevallen zullen ouders al op de hoogte zijn van de problemen die hun kind ondervindt. Als een deskundige al een diagnose heeft gesteld kunnen ouders en leerkrachten de kenmerken van de stoornis opzoeken. Is een bij leerling bijvoorbeeld vastgesteld dat het een autismespectrumstoornis heeft, dan kan de leerkracht zich uitgebreid informeren op de betreffende pagina’s op deze website.

Minder vaak weten de ouders wel dat er een probleem speelt, maar hebben ze nog geen professionele hulp ingeroepen. Ook komt het voor dat ouders behandeling niet nodig vinden, uit angst voor het ‘etiket’ dat een psychische stoornis met zich mee kan brengen (stigma). In deze gevallen is de school niet altijd op de hoogte en is het zaak dat ouders en leerkracht bespreken wat er aan de hand is. Een luisterende leerkracht kan van die ouders veel te weten komen zodat hij deze leerling beter kan begrijpen. Ook is het weleens andersom – bijvoorbeeld omdat het kind zich op school anders gedraagt dan thuis – en is het de leerkracht die de ouders inzicht kan geven in het probleem. Als de problemen ernstig zijn en blijven voortduren, zullen ouders en leerkracht in overleg moeten handelen. Het inschakelen van professionele hulp kan dan nodig zijn (zie Signaleren en handelen).

In gesprek met ouders

Ouders zijn zeer betrokken ervaringsdeskundigen en kennen hun kind door en door. Door de ouders te vragen naar het gedrag van kinderen thuis, naar hun emoties, en door te bespreken hoe het kind ‘de schooldag’ ervaart (of het gedrag op school wellicht heel anders is dan thuis), kunnen leerkrachten waardevolle informatie inwinnen over hun leerlingen. Open vragen – naar het hoe, wat en wanneer van het gedrag en de emoties van het kind – roepen het verhaal van het kind op. Zodra ouders dat verhaal gaan vertellen kan een luisterende leerkracht zijn leerling goed leren kennen. Ouders zullen aangeven welke aanpak op het kind een goed effect heeft en ook wat juist niet goed werkt. Als nog niet is vastgesteld wat een kind precies scheelt, is het niet gewenst om het probleem een ‘medische naam’ te geven, noch om conclusies te trekken. Het gaat er in deze fase vooral om, wat de beste reacties zijn op het afwijkende gedrag of de afwijkende emoties van het kind. Wat thuis blijkt te werken kan in de klas ook goed van pas komen.

In sommige gevallen vertoont een leerling op school afwijkend gedrag, maar is daar thuis weinig of niets van te merken. Dan zijn de rollen omgedraaid en zullen de ouders graag het verhaal van de leerkracht willen horen. Hier geldt ook dat de gesprekken vooral gericht moeten zijn op elkaar informeren over gedrag en emoties, en vertellen welke aanpak wel en niet helpt. Of er sprake is van een stoornis en zo ja welke is niet aan de orde; die beoordeling is de taak van deskundigen zoals orthopedagogen, kinderpsychiaters en -psychologen. Speculeren is niet in het belang van het kind of van de (toekomstige) behandeling; als ouders toch aan een leerkracht vragen welke stoornis hun kind zou kunnen hebben, is verwijzen naar een deskundige (psycholoog, orthopedagoog, kinderpsychiater) het enige juiste antwoord. Zodra een deskundige betrokken is, kan deze aangeven ‘wat het kind nodig heeft’ en – minder belangrijk – hoe de eventuele stoornis wordt genoemd.

Intussen blijft het kind blijft naar school gaan en moeten er daar ook maatregelen worden genomen. De onderwijsleersituatie zal aangepast moeten worden, zo nodig moet extra ondersteuning worden ingezet of misschien is zelfs een verwijzing naar speciaal onderwijs nodig. Ook de klasgenoten moeten worden betrokken in de aanpak. En misschien moeten de ouders thuis ondersteuning krijgen. Ook de ondersteuning van de ouders is teamwork waarbij meerdere disciplines betrokken zijn.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten